Mijn mobiel gaat precies op het moment dat ik het gas onder de aardappelen zachter zet, omdat ze bijna overkoken. In het schermpje staat privé nummer. Even twijfel ik, maar dan neem ik toch op. Ik ben net gestart als zelfstandig ondernemer en wie weet, misschien is het wel een potentiële klant.

‘Goedemiddag, Belastingdienst, met Ad in ’t Veld,’ zegt een man met een opgewekte stem.

Direct krijg ik het gevoel dat iemand een grap met mij uithaalt. Het is woensdagmiddag, tien over vijf. Dan is het belastingkantoor toch zeker al gesloten?
‘Eh.., jahh….,’ antwoord ik argwanend, terwijl ik mij ondertussen koortsachtig afvraag of ik zijn stem ergens van ken.
‘U bent pas een onderneming gestart. Klopt dat?’
‘Jahh…,’ antwoord ik nog een keer wantrouwig.
‘Komt het gelegen dat ik een paar vragen stel?’ vraagt hij vriendelijk.
‘Eh.., nou ja, dat hangt ervan af…’
Zijn stem komt mij niet bekend voor. Mijn zoon heeft natuurlijk iemand ingeschakeld die ik niet ken.
‘Ik hoor aan uw stem dat u aarzelt,’ concludeert de man opmerkzaam.
Ik besluit meteen met de deur in huis te vallen. ‘Ja, eigenlijk wel. Je belt met een privé nummer en ik vraag me nu natuurlijk wel af of ik niet voor de gek gehouden wordt.’
Even aarzelt hij en zegt dan: ‘Ja, dat klopt. Dat doen we expres. Als het nummer in beeld komt, dan kan iedereen terugbellen en dat is eigenlijk niet de bedoeling.’
‘O, dus jij mag mij wel bellen, maar ik jou niet. Hoe moet ik nu dan weten dat dit geen grap is?’
‘Daar heb je eigenlijk wel gelijk in. Je bent trouwens de eerste die dit vraagt,’ antwoordt hij lichtelijk geamuseerd.
Ik begin plezier te krijgen in het gesprek. ‘Nou ja, je wordt altijd gewaarschuwd voor dit soort telefoontjes van vreemden, toch?’
‘Dat is waar.’ Aan zijn stem is te horen dat hij naar een oplossing zoekt. ‘Ik weet het goed gemaakt,’ vervolgt hij sportief. ‘Ik geef je mijn rechtstreekse nummer, dan kun je mij terugbellen.’
‘Goed,’ antwoord ik en zoek snel tussen de papieren op de keukentafel naar een pen. Terwijl hij het nummer opnoemt, besef ik dat dit geen controle is. Maar voordat ik iets kan zeggen, vult hij al aan: ‘O nee, dat werkt natuurlijk niet. Ik geeft je wel het nummer van het belastingkantoor, dan kun je daar naartoe bellen en naar mij vragen.’
Ik schrijf het nummer op en beloof hem direct terug te bellen.

‘Goedemiddag, Belastingdienst,’ klinkt het wat afwezig. ‘Goedemiddag. Kunt u mij doorverbinden met Ad in ‘t Veld?’ vraag ik verwachtingsvol.
‘Die ken ik niet,’ antwoordt de man aan de andere kant van de lijn kortaf.
Wel verdraaid, dan ben ik dus toch voor de gek gehouden. Dat had ik eigelijk niet meer verwacht.
‘O, kent u die niet?’ vraag ik enigszins teleurgesteld. ‘Hij heeft mij gevraagd om terug te bellen.’
‘Heeft u geen rechtstreeks nummer gekregen?’ vraagt de man een beetje chagrijnig.
‘Ik moest hem op dít nummer terugbellen,’ antwoord ik beslist.
‘Mevrouw, ik ben van de bewakingsdienst en het kantoor is al gesloten.’
Ik probeer het nog een keer. ‘En u kent Ad in ‘t Veld dus niet?’
Geïrriteerd antwoordt hij: ‘Er werken hier zevenhonderd mensen. Die ken ik echt niet allemaal.’
‘Oké, dan probeer ik het wel op een andere manier. Dank u wel,’ zeg ik zo vriendelijk mogelijk en beëindig het gesprek. De aardappelen zijn ondertussen al bijna gaar, terwijl ik het vlees nog niet eens in de pan heb gedaan. Straks schiet ons avondeten er dankzij deze grap ook nog bij in. Ik besluit om het rechtstreekse nummer te bellen.
‘Goedemiddag, Belastingdienst, met Ad in ‘t Veld.’
‘Ja, goedemiddag…’ Voordat ik me kan voorstellen, vraagt hij: ‘Hé, bel je me nu toch op mijn rechtstreekse nummer?’
‘Ja, want ik kreeg iemand van de bewakingsdienst aan de lijn en die kende jou niet. Het kantoor is al gesloten en jij zit nu dus over te werken,’ vul ik guitig aan.
‘Ja, we bellen ondernemers het liefst na vijf uur, omdat ze overdag zo druk zijn. Zal ik nu toch maar mijn vragen stellen? Zo bijzonder zijn ze niet hoor.’
‘Ja, doe maar,’ antwoord ik lachend.
Hij vraagt of ik mijn account bij de Belastingdienst al geactiveerd heb en we babbelen wat over de perikelen van startende ondernemers. Als hij vraagt of ik al een boekhouder heb, krijg ik het plotseling een beetje benauwd.
‘Nee. Voordat ik geld uitgeef aan een boekhouder, moet ik eerst eens iets verdienen. Ik zal de eerste belastingaangifte toch zelf wel in kunnen vullen?’ vraag ik gespannen. Belastingaangiftes zijn absoluut niet mijn ding.
‘Ja hoor, zo moeilijk is het niet,’ lacht hij. ‘En als je er niet uitkomt, dan kun je altijd de Belastingdienst bellen en een afspraak maken,’ voegt hij er behulpzaam aan toe.
Meteen bedenk ik dat het wel klopt, die slogan van de Belastingdienst. ‘Ach, dat hoef ik niet,’ antwoord ik bijdehand. ‘Ik heb nu jouw telefoonnummer. Als het mij niet lukt, dan bel ik gewoon rechtstreeks naar jou…’

Noot: Ad in ‘t Veld is een fictieve naam.